Het Niranam Gezondheidsinstituut                                                                         


  

 

Met de wijsheden van Gerard Wouters komt U de dag door. Voor meer info of bestellen klik hier
Transformeer Uw leven in positieve zin door het "Andersom" te doen. Voor meer info of bestellen klik hier
                                                                            
Gerard Wouters is aangesloten bij beroepsvereniging L.V.S.C.
                                                                                                                                                                                                                   
U kunt zich opgeven voor de nieuwsbrief van het Niranam Gezondheidsinstituut bij g.wouters@niranam.eu.

Voor informatie en afspraken kunt u bellen 023 - 55 74 033

 

Relevante kranten berichten.

 

Telegraaf dinsdag 26 januari 2010

Rugpijn door teveel piekeren

Van onze correspondent

LEIDEN -  Piekeraars hebben meer last van buik- en rugpijn en last van stijve nekspieren en hoofdpijn dan mensen die ontspannen in het leven staan. De klachten treden op doordat het lichaam tijdens het getob vrijwel constant onder spanning staat. Piekeraars kunnen door de spanning uiteindelijk ook hart- en vaatziekten ontwikkelen.

Dat zegt psycholoog Bart Verkuil die morgen aan de universiteit Leiden op dit onderwerp promoveert.

Volgens de 29 jarige Leidenaar wordt er vooral getobd over de relatie, financiële situatie, het werk en het uiterlijk. Over dingen die gebeurd zijn of nog plaats moeten vinden. "piekeren mag best" zegt hij. "Maar als je het doet, doe het dan zo kort mogelijk of op een bepaalde tijd. Bijvoorbeeld een half uur per dag. Het probleem opschrijven helpt ook. Je kunt er dan op een later tijdstip op terugkomen."

Volgens de promovendus is het ook goed om erover na te denken of piekeren nut heeft gehad. "Heeft het echt een ramp afgewend. Of is het probleem nu werkelijk opgelost. Vaak is dit dus niet zo."

Verkuil: "piekeren heeft dus een negatieve invloed op lichamelijke klachten, maar ook op het herstel van de hartslag na een inspannende taak." Volgens de promovendus helpen ontspanningstherapie en meditatie het piekeren te verminderen.

Bij het Niranam Gezondheidsinstituut is dit piekeren in 4 sessies afgeleerd!

 

Telegraaf vrijdag 22 januari 2010

Twee miljoen mensen lijden aan een psychische stoornis

door Emile Bode

APELDOORN,

Ons land telde vorig jaar bijna twee miljoen mensen met een psychische stoornis. Dat kunnen allerlei angst- en gedragsstoornissen zijn, maar ook verslaving aan alcohol en drugs.
       

Van deze groep lijden 550.000 mensen aan een depressie zoals neerslachtigheid, concentratieverlies, slecht slapen en suïcidale neigingen. Deze depressies veroorzaken in toenemende mate ziekteverzuim.
        
Opdracht
Dit staat in een groot bevolkingsonderzoek, dat in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is opgesteld door het Trimbosinstituut. Het rapport wordt over een maand gepubliceerd, maar projectleider Ron de Graaf maakte gisteren op een bijeenkomst in Apeldoorn de eerste gegevens al bekend.
       

Opvallend is ook, dat de mensen op het platteland neerslachtiger zijn dan in de stad. Bij het laatste grote onderzoek uit 1996 waren de stedelijke bewoners juist neerslachtiger.

 De Graaf zegt: „De afgelopen vijftien jaar is de situatie drastisch veranderd. Ik denk dat dit komt omdat de werkloosheid deels is verschoven naar het platteland. De meeste dorpen lijken door de toenemende mobiliteit steeds meer op steden. Van een geïsoleerde ligging is vaak geen sprake meer en veel stedelijke bewoners zijn naar het platteland weggetrokken. In 2009 had acht procent van de bewoners van een dorp last van stemmingsstoornis en in de grote steden vijf procent.”
              

Stoornissen van allerlei aard doen zich steeds vaker voor bij de lagere sociale klasse. Allochtonen hebben iets vaker last van angststoornissen. Gedragsproblemen komen het vaakst voor bij mannen, depressieklachten bij vrouwen.

 

Telegraaf zaterdag 16 januari 2010

Onderzoekers adviseren hulp geestelijke gezondheid

Overgewicht zit tussen de oren

Van onze onderwijsredactie

MAASTRICHT,

Mensen die extreem te dik zijn, moeten naar een psycholoog of psychiater (Niranam Gezondheidsinstituut). Hun overgewicht komt vooral voort uit een gedragsprobleem.
       

Dat stellen zes onderzoekers van de Universiteit Maastricht. Tot nu toe wordt obesitas niet als een psychische aandoening erkend door de medische wereld, maar vooral als een maatschappelijk en medisch probleem. Vergoeding van een behandeling binnen de geestelijke gezondheidszorg is dan ook vaak niet mogelijk.
      

Ten onrechte, aldus de onderzoekers, obesitas is een gedragsprobleem dat niet onderdoet voor verslavingen, eetstoornissen en tal van andere stoornissen. Mensen met excessief overgewicht hebben hun voedingspatroon niet onder controle, zijn impulsief, uiterst gevoelig voor snelle beloningen en eten graag vet eten en voedsel met veel calorieën.

Aanleg
Dat is gedragsproblematiek, ondanks het feit dat obesen misschien aanleg hebben om te dik te worden of dat er te veel lekkernijen te vinden zijn in hun omgeving.
       

Volgens de onderzoekers lijden veel te dikke mensen onder hun lichaamsgewicht. Ongeveer de helft is in meer of mindere mate depressief. Die stemmingsproblemen verergeren op hun beurt weer de eetbuien.
       

Door gedragstherapie, gecombineerd met een behandeling door een diëtist, kan iemand met overgewicht zijn of haar problemen de baas worden. Wie anders leert denken over eten, loopt veel minder risico terug te vallen.

 

 

De Telegraaf: 22 maart 2007

Meer psychische klachten verwacht

Van een onzer verslaggeefsters

Amsterdam, donderdag

Het overgrote deel van de psychiaters en psychologen verwacht de komende drie jaar een forse toename van het aantal psychische klachten.

Vooral Dementie, depressiviteit en alcoholverslaving zijn problemen die aanzienlijk gaan toenemen. Dat blijkt uit onderzoek van het nieuwe magazine Aware Psychologie.Dementie wordt gezien als het grootste probleem. Dit komt vooral door de vergrijzing. Daarnaast zien de psychiaters de klachten toenemen die met langdurige stress te maken hebben.

 

 

De Telegraaf: 1 maart 2007

Elk jaar gemiddeld 94.000 pogingen

Half miljoen overweegt zelfmoord

Van een onzer verslaggevers

Amsterdam, donderdag

Maar liefst een half miljoen Nederlanders lopen rond met zelfmoordgedachten. Jaarlijks doen zo'n 94.000 mensen van deze groep ook daadwerkelijk een poging zichzelf van het leven te beroven.

Deze schokkende cijfers blijken uit onderzoek van het Trimbos instituut in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid. In zo'n 1600 gevallen slagen mensen erin een einde te maken aan hun leven. Het zijn voor zover bekend de eerste cijfers die in Nederland bekend zijn gemaakt over zelfmoordpogingen en gedachten.

Stoornis

Mensen die lijden aan een psychische stoornis blijken negen keer zo vaak een zelfmoordpoging te doen. Ook lopen ze elfmaal zo veel risico op zelfmoordgedachten als "psychisch gezonde "Nederlanders.

Verder lopen vooral bewoners van grote steden die werkloos zijn en weinig geld hebben, nogal eens rond met zelfmoordgedachten. vaak zijn ze labieler doordat ze in hun leven schokkende gebeurtenissen hebben meegemaakt en ondervinden ze weinig steun uit hun omgeving. Ook hebben ze veelal eerder te kampen gehad met angststoornissen of overmatig alcohol gebruik.

Preventie

In een reactie stelt ook minister Ab Klink (Volksgezondheid) dat er meer aandacht moet komen om zelfdoding te voorkomen. De bewindsman wil preventie dan ook tot speerpunt van zijn beleid maken, zo meld een woordvoerder.

De zegsman noemt het "triest"dat zo veel mensen een zelfmoordpoging ondernemen, al tekent hij wel aan dat het aantal pogingen daalt. Het Trimbos Instituut zoekt momenteel uit welke maatregelen er genomen kunnen worden om het aantal terug te dringen.

 

 

De Telegraaf: 17 januari 2007

Werkgever draait op voor Burn-out

Van onze economische redactie

Amsterdam, woensdag

Werkgevers die hun werknemers zo zwaar belasten dat ze instorten, kunnen daarvoor aansprakelijk worden gesteld. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank in Heerlen, die onlangs een 51-jarige servicemonteur met een Burn-out een schadevergoeding toekende. De hoogte van het bedrag moet nog worden vastgesteld.

Het ging om een man die 's avonds en 's nachts werd opgeroepen om problemen op te lossen en de volgende dag geacht werd acte de présence te geven. Hij kreeg van zijn baas nauwelijks de tijd om te slapen en zakte uiteindelijk huilend in elkaar.

Het Bureau Beroepsziekten van de vakcentrale FNV is blij met de uitspraak en ziet die als een waarschuwing voor werkgevers. Volgens directeur Jan Warning gaat de werkgever, die de problemen aan een slecht huwelijk weet, niet tegen de uitspraak in beroep en ligt er nu voor het eerst een definitief vonnis. Het is niet voor het eerst dat een werkgever een schadevergoeding betaald. Ruim vier jaar geleden betaalde een werkgever na bemiddeling door het Bureau Beroepsziekten 80.000,- euro schadevergoeding aan een vrouw. Zij moest zo vaak overwerken dat zij instortte.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW ziet de uitspraak als een opzichzelfstaand geval. Er lopen nog meer zaken en die worden individueel door de rechter getoetst, aldus een woordvoerder.

Wilt u ook wachten tot u aangeklaagd wordt?  Of schakelt u vooraf hulp in van Het Niranam Gezondheidsinstituut om dit te voorkomen?

 

 

De Telegraaf: 3 januari 2007

Kroost heeft meer kans op depressie

Lang lijden na scheiden

Van onze medische redactie

Gent, woensdag

Volwassenen komen vaak geknakt uit een scheiding tevoorschijn. Maar een scheiding gaat hun kinderen evenmin in de koude kleren zitten. Belgisch onderzoek heeft uitgewezen dat echtscheidingskinderen 21 jaar na het ouderlijke drama nog lijden onder de scheiding. 

Het onderzoek werd uitgevoerd onder 4727 manen en vrouwen van 37 jaar oud. Hun ouders gingen gemiddeld 21 jaar geleden uit elkaar. Onderzoekers van de vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent ondervroegen hen.

Uit de resultaten blijkt dat volwassenen die als kind een scheiding meemaakten 25% meer kans lopen later een depressie te krijgen. Ze ervaren hun eigen relatie als minder hecht en lopen dubbel zo veel kans zelf te gaan scheiden. Bovendien hebben ze een lager netto-inkomen, wat weer voor extra psychische druk zorgt.

Dat lagere inkomen wijten de onderzoekers aan het feit dat zij na de scheiding terugvielen in welstand wat hen in een sociaal kwetsbaarder milieu heeft gebracht. Als gevolg daarvan en als gevolg van het feit dat de alleenstaande opvoedende ouder minder aandacht aan die opvoeding kon besteden, heeft het "achtergebleven kind"een lager schooldiploma behaald. Dat wreekt zich op volwassen leeftijd: zij hebben minder interessant werk, minder plezier in hun werk en verdienen minder.

 

 

De Telegraaf: 5 december 2006

Stress bij kinderen met zieke ouders

Van een onzer verslaggevers

Groningen, maandag

Bijna dertig procent van de kinderen van wie een van de ouders kanker heeft , heeft last van posttraumatische stressstoornissen. Hiervoor zouden ze professionele psychosociale hulp moeten krijgen. 

Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van Gea Huizinga aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek volgde Huizinga 406 gezinnen met kinderen tussen de 11 en 23 jaar. De kinderen bleken met name de eerste vier maanden na de diagnose de meeste klachten van stress te hebben. De Klachten strekken zich echter ook uit over een periode van één tot vijf jaar na de diagnose. Maar liefst 28 procent van de kinderen vertoonde tekenen van posttraumatisch stressstoornis. Kinderen gaven aan ook emotionele en gedragstoornissen te ervaren.

Meisjes hebben meer problemen dan jongens. Vooral meisjes tussen de 15 en 20 jaar zijn erg kwetsbaar. Verder blijkt onder meer dat kinderen die angstig reageren in stressvolle situaties meer problemen hebben. Volgens Huizinga is het van groot belang dat de problemen van de kinderen in een vroeg stadium worden onderkent.

De ouder wordt behandeld voor kanker, maar de kinderen zijn vaak onzichtbaar voor hulpverleners in het ziekenhuis.

 

 

De Telegraaf: 23 oktober 2006

Kinderen na scheiding vaker ziek

Van een onzer verslaggevers

Amsterdam, maandag

Kinderen van gescheiden ouders zijn vaker ziek en viezer dan leeftijdsgenootjes van wie de ouders nog bij elkaar zijn. 

Vooral kinderen van ouders die ook na de scheiding met elkaar op voet van oorlog leven zijn de dupe. Dat blijkt uit een studie van de Belgische wetenschappers van de Brusselse ULB universiteit onder 120 huisartsen.

Vorig jaar werden in Nederland 31.905 relaties officieel (onofficieel is het werkelijke aantal het dubbele) beëindigd, waarvan 18.312 stellen kinderen hadden. In totaal werden daardoor 33.890 kinderen gedupeerd.

Niet alleen is scheiden een emotionele ramp voor kinderen, ook lichamelijk kunnen ze erg lijden onder het uit elkaar gaan van hun ouders. Zo is een op de vijf kinderen vaker ziek of heeft andere problemen. Volgens de ondervraagde huisartsen komen ziektes zoals griep, verkoudheid, astma en eczeem vaker bij hen voor. Ook nemen ouders die uit elkaar zijn het minder nauw met de hygiëne van hun kinderen. Ze gaan ervan uit dat de ander dat wel voor zorgt. Zie ook pagina "scheiding en PAS".

 

 

De Telegraaf: 7 juni 2006

Borderline te genezen

Van onze medische redactie

Maastricht, woensdag

Borderline, een ernstige persoonlijkheidsstoornis  waaraan zo'n 200.000 Nederlanders in meer of mindere mate lijden, is volledig dan wel gedeeltelijk te genezen. 

Dat concluderen onderzoekers van drie Nederlandse universiteiten: de Universiteit Maastricht, de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Universiteit van Leiden. De resultaten worden deze maand gepubliceerd in het Amerikaanse medische tijdschrift Archives of General Psychiatry.

"In 50 procent van de gevallen is Borderline te verhelpen, bij tweederde van de patiënten is deze stoornis zelfs goed te behandelen", stellen de onderzoekers.

Ze stellen op grond van hun conclusies dat minister Hans Hoogervorst (Volksgezondheid) behandelingen voor psychotherapie weer onbeperkt moet laten vergoeden door zorgverzekeraars.

De bewindsman stelde in 2004 een limiet aan het aantal behandelingen dat patiënten bij hun verzekeraar kunnen declareren. Als zij langer in behandeling willen blijven, moeten de kosten zelf worden betaald.

(Bij het Niranam Gezondheidsinstituut zijn daarvoor maar 4 tot 6 behandelingen nodig!)

Versoepeling

Vrij onlangs heeft de minister voor een kleine groep patiënten met zeer ernstige klachten het maximaal aantal behandelingen verhoogd. De onderzoekers vinden echter deze versoepeling niet ver genoeg gaan.

Ongeveer 1 tot 2,5 procent van de bevolking lijd aan een vorm van de borderline stoornis. Bij 14 tot 20 procent van de opgenomen psychiatrische patiënten in ons land is er sprake van borderline. De stoornis kenmerkt zich onder meer door chronische instabiliteit, woede en/of angstaanvallen, impulsief en suïcidaal gedrag. 

 

 

De Telegraaf: 16 mei 2006

Werkende vrouw vaker opgebrand

Door een onzer verslaggeefsters

Voorburg, dinsdag

Eén op de negen werkende vrouwen worstelt met Burn-out klachten. Vooral alleenstaande en vrouwen die meer dan 20 uur per week werken, hebben vaak het gevoel "emotioneel op"te zijn.

Dat melden onderzoekers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De onderzoekers bekeken de cijfers van 1997 tot 2004. in die periode steeg het aandeel vrouwen met Burn-out klachten heel licht. De onderzoekers meten de klachten door onder andere te vragen in hoeverre ze "emotioneel uitgeput"zijn, een "continue leeg gevoel"ervaren en of ze s' ochtends moet opstaan. Vooral werkduur blijkt een grote rol te spelen bij het ontwikkelen van een Burn-out. Van vrouwen die 12-19 uur per week werken heeft maar vijf procent Burn-out klachten, terwijl van de vrouwen met een fulltime baan twaalf procent deze klachten heeft.

Toch denkt Burn-out deskundige Pieter Frijters niet dat het werk iemand Burn-out maakt. "Het zijn de nevenfactoren zoals stress en relationele problemen die het hem doen (zie ook gevoelsmatig ongewenst op deze website)." Veel verantwoordelijkheid in een baan zorgt er wel voor dat Burn-out op de loer kan liggen. "Hoe meer druk iemand voelt, hoe meer Burn-out klachten opkomen. Dat kan door hoge eisen die iemand zichzelf stelt of die in het werk aan iemand wordt gesteld." 

De combinatie van werken, het huishouden en het opvoeden van de kinderen gaat niet gepaard met extra Burn-out klachten. Ook kinderen lijken geen effect te hebben op het wel of niet krijgen van een Burn-out. Vrouwen met minderjarige kinderen hebben zelfs minder last dan vrouwen zonder kinderen. Wel scheelt het of een vrouw een metgezel heeft of niet. Alleenstaande vrouwen hebben met zestien procent het vaakst Burn-out klachten. "Ze hebben geen thuisfront om hun verhaal kwijt te kunnen", legt Frijters uit. "Daarnaast zorgen alleenwonende vaak minder goed voor zichzelf en hebben ze een minder regelmatig leven."

 

 

De Telegraaf: 8 november 2005

Zien scheiden doet scheiden

Door Harry Nijen Twilhaar

Amsterdam, dinsdag

Kinderen van gescheiden ouders hebben ruim twee keer zoveel kans om later zelf een echtscheiding mee te maken als kinderen zonder gescheiden ouders.

Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat ruim veertig procent van de mensen die tussen 1977 en 1981 getrouwd zijn en een ouderlijke echtscheiding hebben meegemaakt, na twintig jaar is gescheiden. Van de getrouwde personen zonder gescheiden ouders was dat nog geen twintig procent.

Bijna de helft van de kinderen die toen jonger dan vijf waren toen hun ouders uit elkaar gingen, is binnen twintig jaar zelf gescheiden, tegen iets minder dan veertig procent van de kinderen die al volwassen waren toen hun vader en moeder uit elkaar gingen.

Annette Heffels, bekend psychologe en columniste, onderstreept de CBS uitkomsten, "Kinderen van gescheiden ouders hebben de ervaring dat hun ouders op een zeker moment de moed hebben opgegeven om door te gaan met ruzies. Kinderen van niet-gescheiden ouders hebben een heel ander beeld meegekregen hoe een huwelijk in elkaar zit. Ze hebben geleerd om na een ruzie een oplossing te zoeken".

Als beide partners gescheiden ouders hebben is de kans op echtscheiding nog hoger. Ruim de helft van deze paren maakt een echtscheiding mee.

 

 

De Telegraaf: 4 augustus 2005

Alternatieve therapeuten populair

Den Haag, donderdag

Vier op de tien Nederlanders laten zich wel eens behandelen door alternatieve therapeuten.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Consumentenbond dat gisteren werd bekendgemaakt. Een grote meerderheid van de ondervraagden (87%) geeft aan dat ze neutraal of positief staat tegenover niet-reguliere behandelmethoden.

 

 

De Telegraaf: 26 juli 2005

Een op tien werkende is uitgeput

Voorburg, dinsdag

Ruim 700.000 werkende voelen zich opgebrand. Volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft een op de tien werkende last van Burn-out klachten.

Werknemers in de horeca en het onderwijs hebben de meeste klachten. Vooral de hoge werkdruk, de beperkte ontplooiing en weinig inbreng over de eigen werkzaamheden liggen hieraan ten grondslag.

In de periode 2001 tot en met 2004 is, zo blijkt uit onderzoek, het aandeel werkende dat last heeft van een Burn-out stabiel gebleven. Overigens is er geen verschil tussen mannen en vrouwen als het gaat om de klachten door werk.

Momenteel zijn er ongeveer zeven miljoen mensen aan de slag op de Nederlandse arbeidsmarkt. Mensen met een Burn-out voelen zich extreem moe. Ze hebben bovendien moeite met inslapen. Ze hebben de hele dag het gevoel uitgeput te zijn. Ook kunnen klachten ontstaan als spierpijn, duizeligheid, somberheid en hoofdpijn. In het onderwijs komen de meeste klachten voor. In deze sector kampt bijna 14 procent met een Burn-out. In de horeca gold dit voor 12 procent van de werkenden. De minste klachten komen voor bij financiële instellingen. In deze branche voelde 6 procent van de mensen zich opgebrand.

Ontplooiing

 Mensen met een hoge werkdruk lopen het grootste risico om opgebrand te raken. Zij hebben 3,4 keer zoveel kans op een Burn-out als mensen met een lage werkdruk. Beperkte mogelijkheden om zich te ontplooien in het werk vergroot het risico2,7 keer. Voor mensen met weinig zeggenschap over hun werkzaamheden is deze factor 1,7. Tevredenheid over promotie hangt nauw samen met een Burn-out.

Het CBS heeft van 2001 tot en met 2004 elk jaar 4000 werkende gevraagd hoe vaak ze emotioneel uitgeput zijn, een leeg gevoel kennen, zich s' ochtends moe voelen, uitgeput zijn door het werk of "op"zijn. Mensen die regelmatig tot elke dag antwoordden, kregen van het statistische bureau de indicatie "Burn-out".

 

 

De Telegraaf: 8 juni 2005

Directeur zoekt hulp Mental Coach

Rijswijk, woensdag

Één op de vijf Nederlandse directeuren heeft tegenwoordig een Mental Coach. Dat blijkt uit onderzoek van het NCD, de belangen vereniging voor directeuren.

NCD-voorzitter Willem Hollander zegt verbaast te zijn over het hoge aantal. "Het roept twee mogelijke verklaringen op. Of het werk is dermate complex dat de behoefte aan assistentie groeit, of we hebben hier te maken met een stelletje slapjanussen dat hulp zoekt. Ik denk aan de eerste uitleg, want de verantwoordelijkheden en druk van de aandeelhouders wordt steeds groter."

Een begeleider voor hoge functionarissen wordt volgens Hollander steeds meer gemeengoed. "Je ziet het ook bij ministers en Kamerleden." De voorzitter denkt bij een "Mental Coach" aan mensen die ervaring hebben en vertrouwen geven. "Dat kan bijvoorbeeld een gepensioneerde zijn of psycholoog (Niranam therapeut), maar ook een goede bekende", aldus Hollander.

 

 

De Telegraaf: 28 januari 2005

Psychisch leed fors

Door Rene Steenhorst, Utrecht, vrijdag

Steeds meer Nederlanders zitten psychisch niet goed in hun vel. Ze hebben steeds vaker last van dipjes en depressieve buien en worden vermalen door stress en werkdruk. Kortom ze lopen met een hoofd vol problemen dat steeds zwaarder op hun romp drukt.

Dat is de strekking van een onderzoek naar de geestelijke gezondheid van Nederlanders, uitgevoerd door het Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg, NIVEL, te Utrecht.

Het Instituut vergeleek de huidige geestestoestand van de Nederlanders met die in 1987, toen ook een "humeurpeiling" werd uitgevoerd. Conclusie van nu: "De geestelijke gezondheid van de Nederlander gaat achteruit."

In 1987 kampte zeventien procent van de bevolking naar eigen zeggen, in meer of mindere mate met mentale moeilijkheden. Nu is de mineurstemming gestegen tot bijna 23 procent.

Die opgaande lijn, zegt het NIVEL, is vooral te wijten aan een toename van psychische problemen onder laagopgeleiden, arbeidsongeschikten en werklozen. Desondanks is er een broodnodig lichtpunt: driekwart van de bevolking taxeert de eigen ( geestelijke) gezondheid) in het algemeen als goed. Maar de schaduwzijde ervan is dat minder vrouwen, ziekenfondsverzekerden, laag en middelbaar opgeleiden en werklozen hun gezondheid als goed inschatten.

Uit de gegevens van het NIVEL die deel uitmaken van de tweede nationale studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartspraktijk, blijkt onder meer dat een derde van de Nederlanders zegt ooit een periode van angst of zorgen te hebben doorgemaakt. Een kwart zegt ooit somber of depressief te zijn geweest. De onderzoekers, H. van Lindert, M. Roomers en G. Westert, stellen: "de meeste mensen die ooit gedurende twee weken angstig dan wel bezorgt of somber / depressief waren, zijn tussen de 25 en 64 jaar." 

Volgens Peter Verhaak, programmaleider geestelijke gezondheidszorg bij het NIVEL, is de toename van de psychische problemen voor een belangrijk deel te verklaren uit het feit dat mensen zich niet langer schamen voor hun emoties en sneller hulp zoeken.

"Overspannen zijn, een Burn-out doormaken wordt niet langer als een schande gezien. Het is, veel meer dan in 1987, een sociaal geaccepteerd fenomeen. Mensen komen sneller met hun psychische problemen voor de dag. Ze schromen ook niet het woord "... in de mond te nemen, want de buurman heeft ook steun gevonden bij deze hulpverleningsinstantie."

Gretigheid

De gestegen cijfers zijn in dat licht mede te verklaren door de "gretigheid" van de therapeuten om psychische hulp en bijstand te geven, stelt Verhaak. De "opgaande lijn in de dalende psychische gezondheid" staat aldus Peter Verhaak los van de huidige nationale en internationale spanningen. De moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, de bedreigingen van politiek vooraanstaande in eigen land, en internationale spanningen door oorlogen en natuurgeweld lijken nagenoeg geen invloed te hebben op hoe de Nederlander zich psychisch voelt. Verhaak: "vaak zie je in tijden van grote onrust, zoals gewapende conflicten, dat psychische spanningen afnemen. Mensen met dergelijke problemen ervaren dan dat er zaken zijn die groter zijn dan hun persoonlijke ellende. De strijd om het naakte bestaan brengt hen dan tot inkeer." 

 

 

De Telegraaf: 14 december 2004

Psychische problemen veroorzaken talloze klachten

Negen op 10 zieken lichamelijk in orde

Door Mirjam Brinks, Amsterdam dinsdag

Artsen vinden bij 90 procent van de patiënten die zij in hun praktijk zien geen lichamelijke oorzaak voor hun kwaal.

Toch melden steeds meer werknemers met pijnklachten, die geen medische oorzaak hebben, zich ziek. Patiënten met vage klachten als lage rugpijn, moeheid, duizeligheid of pijn in de gewrichten zitten jaarlijks zes weken thuis. Dit is maar liefst drie keer zo lang als een gemiddelde werknemer.

Op dit moment krijgen al ruim 600.000 mensen een WAO uitkering. Volgens deskundigen kan dit aantal minimaal gehalveerd worden als verzekeringsartsen alleen zouden keuren aan de hand van medische criteria.

Echt pijn

Toch zijn deze arbeidsverzuimers volgens bedrijfsartsen en huisartsen niet allemaal aanstellers. Deze mensen hebben echt pijn. Alleen is hun pijn niet het gevolg van een ernstige medische ziekte als kanker of tumor, maar ligt de oorzaak veelal op het sociaal maatschappelijke vlak, meent Paul de Wit, bedrijfsarts en directeur strategie en innovatie van ArboNed.

Zo blijkt vaak dat deze patiënten langdurige stressklachten hebben. Ook huwelijksproblemen of een arbeidsconflict uiten zich uiteindelijk vaak in lichamelijke klachten.

Ziekmakend

In de televisiedocumentaire van de VPRO zeggen artsen zelfs bewust mee te werken aan de ziekmakende gezondheidszorg. Volgens huisarts Jaap Brienen, verbonden aan het instituut voor Huisartsengeneeskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, worden veel patiënten onnodig behandeld. We moeten wel. Voor veel mensen is het niet acceptabel dat hun klachten vanzelf weer overgaan.

Brienen geeft zelf toe nog verder te gaan. Als ik na een lange behandeltijd geen oplossing meer zie, instrueer ik mijn patiënten hoe zij met de verzekeringsarts moeten omgaan. Zo zegt hij tegen een patiënt met lage rugklachten dat deze moet zeggen dat de pijn uitstraalt naar de benen. Dan is het hernia of pseudo hernia en heeft het in ieder geval een medische naam.

Verzekeringsartsen kunnen dan na lange tijd niet anders dan overgaan tot een WAO beoordeling. Volgens Arbo arts De Wit moet een arts veel meer aandacht besteden aan de lichamelijke klacht en de beleving van de patiënt. Op deze manier erkent hij immers de klachten van de patiënt waardoor deze gerustgesteld wordt. Ook is het zinvol om tijdens het spreekuur niet de oorzaken maar juist de gevolgen van de klachten te bespreken. De arts omzeilt hiermee de valkuil dat de werknemer denkt dat zijn werk alleen hervat kan worden als de oorzaak van de klachten is gevonden.

Agressie

Agressie en geweld op het werk is een andere reden om thuis te blijven. Ruim twee procent van de werknemers geeft aan in dat geval wel eens langer dan een maand verzuimd te hebben. Dat constateert TNO Arbeid op basis van een onderzoek dat is verricht op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken. Vooral wanneer collega’s zich schuldig maken aan (seksueel) intimiderend of agressief gedrag kan dit tot langdurig ziekteverzuim leiden.

 

 

Het Rotterdams Dagblad: 27 november 2003

Vaak stoornis bij kind gescheiden ouders

Bij de helft gaat het vroeg of laat mis

Door Peter Slavenburg, Rotterdam

Bij ruwweg de helft van de kinderen van gescheiden ouders gaat het vroeger of later mis. Zij ontwikkelen gedrag-, prestatie- en ontwikkelingsstoornissen die zij vaak de rest van hun leven met zich meedragen. Onzekerheid, wantrouwen en, in ernstige gevallen, een verlies van werkelijkheidszin zijn het gevolg.

Kinderen met dergelijke symptomen zijn vaak het slachtoffer van het Parental Alienation Syndrome ofwel het Ouder verstoting syndroom. een psychische afwijking, een ziekte waarvan veel kinderen van gescheiden ouders ook als volwassenen nog onder lijden. Niet zelden manifesteren de symptomen zich het sterkst bij slachtoffers van dertig en veertig jaar oud. Het syndroom was gisteren het onderwerp van een congres op initiatief van de Patiëntenraad van Delta Bouman, een groot instituut voor geestelijke gezondheidszorg in Poortugaal bij Rotterdam.

Formeel bestaat het Ouder verstoting syndroom niet, maar studie is in volle gang. Steeds meer hulpverleners ontdekken dat afwijkend gedrag bij hun cliënten is toe te schrijven aan het syndroom. Zij komen tot de conclusie dat het eenzijdige toewijzingsbeleid een belangrijke oorzaak is van het probleem; bij echtscheidingen die voor de rechter komen wordt het gezag over de kinderen vrijwel altijd aan één ouder toegewezen. In de praktijk is dat de moeder. Kinderen verliezen daardoor het contact met één ouder, meestal dus hun vader. Dat is vrijwel altijd de oorzaak van het Ouder verstoting syndroom.

 Professor Hoefnagels, al vele jaren voorvechter van een andere juridische benadering van echtscheidingen, pleitte gisteren tijdens het congres voor de invoering van verplichte bemiddeling. ouders die willen scheiden, zouden zich niet afzonderlijk tot een advocaat moeten wenden, maar samen met een (juridische) bemiddelaar hun problemen oplossen. Niet met herstel van het huwelijk als doel, maar om zeker te stellen dat hun kinderen krijgen waar zij recht op hebben: twee ouders, bij voorkeur gelijkwaardig aan elkaar.

In zijn juridische praktijk hielp Hoefnagels al duizenden stellen op weg naar een gezonde echtscheiding. Ook stond hij aan de wieg van een opleiding voor bemiddelingsjuristen, op wie langzamerhand steeds vaker een beroep wordt gedaan. Hoefnagels hekelde gisteren het in Nederland gehanteerde systeem waarbij rechters vaak blind varen op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Dat laatste instituut werkt volgens Hoefnagels te traditioneel en daardoor onzorgvuldig. Bovendien spoort de Nederlandse praktijk niet met de Europese wetgeving, waarin al in 1950 werd vastgelegd dat ieder kind recht heeft op omgang met en verzorging door twee ouders. Hoefnagels is een warm pleitbezorger van het werk van de Amerikaanse kinderpsychiater en hoogleraar Gardner. Deze introduceerde in 1984 op basis van uitvoerige studies het begrip   Parental Alienation Syndrome (PAS). Zijn werk bracht een stroom studies, boeken en vakpublicaties op gang.

Een andere deelnemer aan het congres, de Haagse advocaat Prinsen, citeerde Gardner: "PAS is een ziekte. De wetgever heeft de mogelijkheid de rechters de kans te geven die ziekte te genezen".

Prinsen keerde zich eveneens tegen de Raad voor de Kinderbescherming: "door de Raad wordt een oneigenlijk conflict tussen de ouders uitgelokt en vervolgens wordt dan onderzocht hoe het kind daarop reageert. Het advies wat daarop volgt berust op niets anders dan traditie".

Ook Prinsen maakt zich sterk voor het recht van kinderen op twee ouders: "voor een omgangsregeling heb je maar drie dingen nodig: de werktijden van vader en moeder en de schooltijden van het kind".

Uit recent onderzoek blijkt dat Gerard Wouters de enige is die een methode heeft om kinderen en volwassenen met het PAS syndroom succesvol te behandelen.

Niranam Logo